(G)een jachtig bestaan

jachtseizoen
Jachtig genieten

De jacht dient zich aan

Het jachtseizoen is duidelijk geopend in Samoëns. En hoewel ik mij verre van een jachtig bestaan houd, drong de jacht zich vandaag in verschillende vormen aan mij op. Zo trof ik een poes die net zijn prooi oppeuzelde en rustende jagers die de mist nog wat verdichtten middels een sigaretje nu zij toch nog niets in het vizier hebben. Zij stuurden de hond eropuit om de beoogde buit te lokaliseren. En terwijl ik een steile helling beklim via een smal bospad komt mij de hond tegemoet wiens neus continu exact een halve centimeter van de oneffen grond verwijderd is. De geoefende precisie is bewonderenswaardig. De knaloranje halsband verraadt hem als onderdeel van de jachtpartij. De meest actieve deelnemer die ik tot nu toe spotte.

Kwispelend en vriendelijk kijkt hij me aan. Automatisch gaat mijn hand ter begroeting naar zijn snuit. Hij neemt zowaar even pauze van zijn taak en er volgt een zachtmoedige wederzijdse begroeting. Hij heeft het zichtbaar naar zijn zin: kwispelende staart, helder ogen, oren gespitst. En na een kort moment vervolgt hij op een drafje zijn tocht. Ondanks alles heeft ook hij geen jachtig bestaan.

Gemengde gevoelens en bewust besluit

Gemengde gevoelens vliegen door mij heen. Gedeelde blijdschap met de hond en zijn fijne taak, verdriet voor het wild dat hij gaat vinden, begrip en onbegrip voor de jagers die doen wat wij mensen al sinds mensenheugenis doen, vrees voor kogels in mijn kleding waarin geen oranje voorkomt.

En terwijl ik de hond en de jagers in gedachten een prachtige jacht zonder buit toewens, kan ik in een vlaag van volkomen vrede alle tegenstrijdigheden tegelijkertijd omarmen. Dit is hoe het leven is. Hier, op dit moment. En alles is goed, wat er ook moge gebeuren.

Het knallen van de geweren doet me wel opnieuw bewust besluiten dat ik in míjn leven levens-bevorderend wil zijn en ik wens het hert dat ik later hoor wegschieten een gezond en vredig leven toe.