Onrust laten stromen

Een meester in het ‘in het nu zijn’

Vier maanden na mijn laatste bericht. De zomer kwam en ging.
De herfst dient zich inmiddels serieus aan.

De wind buiten lijkt een onrust in mij aan te wakkeren die zich wil uiten in woorden. Een woordenstroom die ingedamd leek te zijn, maar die nu toch weer buiten mijn bedding en in een breder veld lijkt te willen stromen.

Een onrust die zich niet laat temmen door inspanning of afleiding. Ik kom in verweer tegen deze aandachtsvrager. Maar de onrust laat zich niet afweren. Wellicht kan ik hem doorgang verlenen. De onrust stroomt door mij, ik geef hem de ruimte, zodat hij weer kan gaan.

Dus ik aanschouw. En schrijf. En bezie hoe de critici in mij er iets van vinden en hun gezichtspunt aan me op willen dringen. ‘Eigenlijk moet je…’, ‘Eigenlijk zou je…’.

En ik aanschouw. En doorvoel de onrust in mij. De tijdens mijn leven vergaarde oordelen en vermeende bestaansvoorwaarden weerklinken als stemmen en zijn voelbaar als een verkrampende kracht.

En ik weet dat ik het alleen maar hoef te laten stromen. Oh, hoe dankbaar ben ik voor dit weten. Beschouwen in mildheid. Ontspannen in de onrust. Interne acties, waar ik het vroeger extern zocht.

Ondanks alle tegenspraak en verweer die ik in mij ondervind, houd ik voet bij stuk. Ik weiger om aan voorwaarden te voldoen voordat het goed met me is en laat het zijn. Oude gewoonten dienen zich echter in volle kracht aan en ik neem een handje nootjes en voel een vaag plan ontstaan om een stukje te gaan hardlopen. Pogingen om deze onrust – effectloos – te bestrijden.

Ik glimlach om het Aardse wezen dat ik ben: zo levend vanuit automatismen én tegelijkertijd aanschouwend. Wondermooi en mysterieus.

Ik adem in en adem uit. Ik kijk naar mijn grote leermeesters op dit gebied. Mijn honden lijken een symbiotische relatie met hun manden te hebben ontwikkeld. Zij lijken te ervaren dat alles nu perfect is. Een blik vol bewustzijn op hen, brengt mij weer terug in de perfectie van het nu. De voortreffelijkheid van de onrust. Mijn verweer verdwijnt. Het is goed zo.

En met een opborrelende lach ontstaat de intentie om dan toch nog maar dat stukje te gaan hardlopen.